Missie Missie

De Afrikaanse zon, het land van de glimlach
Het volkslied van Gambia: For The Gambia Our Homeland
For The Gambia, our homeland
We strive and work and pray,
That all may live in unity,
Freedom and peace each day.
Let justice guide our actions
Towards the common good,
And join our diverse peoples
To prove man's brotherhood.
We pledge our firm allegiance,
Our promise we renew;
Keep us, great God of nations,
To The Gambia ever true.


Bij het uiterste westpunt van Afrika, direct aan de Atlantische Oceaan, ligt Gambia. De officiële naam is eigenlijk The Gambia. Het is het kleinste land op het vaste land van Afrika (11.295 km²), niet meer dan een brede strook land aan weerszijden van de Gambiarivier, een van de grootste en best bevaarbare rivieren in West-Afrika. De strook land loopt zo’n 320 km het binnenland in.

Het grenst volledig aan Senegal (behalve dan aan de westkust, aan de Atlantische Oceaan), het wordt eigenlijk door Senegal omringd. Er zijn geen echte grenzen, Senegal en Gambia zijn twee landen die onderling goed overweg kunnen, en hebben ook veel gemeen, oa. verschillende stammen zoals de Wollof. Je vraagt je waarschijnlijk af waarom ze dan van deze twee landen nog geen één groot land hebben gemaakt. Dit is louter en alleen te verklaren door de kolonisatie van de Britten. Zij zagen in het kleine Gambia een goede manier om controle te hebben over de belangrijke rivier. Door deze kolonisatie spreken de meeste mensen in Gambia ook Engels. In Senegal, dat door de Fransen gekoloniseerd werd, spreekt men dan weer Frans. Toch zijn er plannen geweest om van de twee landen, één land te maken, nl. Senegambia maar dit is nog niet gelukt. Toch wordt de naam Senegambia nog vaak gebruikt als men over beide landen spreekt.

Gambia telt ongeveer 1.5 miljoen inwoners en is daarmee een van de dichtstbevolkte landen van Afrika. Een groot deel van de Gambiaanse bevolking woont in de kuststreek, direct onder het zuidelijke deel van de monding van de Gambiarivier. Hier ligt een kleine stedenagglomeratie, met daarin de hoofdstad Banjul, Serekunda (de grootste stad van Gambia) en Bakau/Fajara. Iets naar het zuiden ligt Brikama, de derde stad van Gambia. Deze steden worden later verder besproken.

Meer dan de helft van de bevolking is jonger dan 21 jaar. De gezondheidszorg een stuk minder dan in België, per 12.000 mensen is er maar één arts. Dit is onder andere te verklaren door de verschillende ziektes zoals aids, malaria enz. Voor een vakantiebezoek aan Gambia is het niet verplicht om je te laten inenten maar voor alle zekerheid kan je je toch beter laten inenten tegen gele koorts, DTP en hepatitis A. Ook kan je best pilletjes nemen tegen malaria.

Gambia, een toeristisch land?

Gambia kent een geschiedenis van slavenhandel en armoede. Dit laat nog steeds zijn sporen na en de armoede is nog steeds niet verdwenen, het is nog een ontwikkelingsland. Toch mag Gambia zich tegenwoordig in een toenemende belangstelling van toeristen uit Nederland en België verheugen. Na de staatsgreep in 1994 (door de huidige president Alhaji Yahya Jammeh, Gambia is dus een presidentiële republiek) riep de Engelse overheid een toeristische en economische ban over het land uit. Enkele handige Nederlandse touroperators sprongen in het gat en begonnen aantrekkelijk geprijsde reizen per chartervliegtuig aan te bieden. Binnen de kortste keren kwam Gambia daarmee op onze toeristische landkaart te staan.

Maar er is toch de vraag wat al die bezoekers er precies te zoeken hebben, want echt grote monumentale of bijzondere historische bouwwerken of een gevarieerd landschap heeft Gambia niet. Er zijn geen grote wildparken als in Oost-Afrika, geen bergen (Gambia is nog platter als België) en het is zoals eerder gezegd een echt ontwikkelingsland.

De levensstandaard is er zeer laag, de economie leunt voor een groot deel op de landbouw (in dit geval pinda’s), er is corruptie, malaria en aids, en de Sahel rukt op. Zaken die in West-Europa vanzelfsprekend zijn, ontbreken gewoonweg. Zo zijn er geen goede medische voorzieningen, geen sociale voorzieningen, geen warenhuizen, geen pretparken en ga zo maar door.

Wat Gambia dan wel te bieden heeft, zijn de prachtige, exotische stranden langs de Atlantische Oceaan en een vriendelijke bevolking. Gambia gebruikt voor het land dan ook vaak de slogan: ‘The Smiling Coast’. De tweede slogan die gebruikt wordt, is ‘No Problem in The Gambia’. Het is dus een ideale plaats voor een luilekkervakantie. Het is ook een heel goedkope vakantiebestemming en een vlucht met SN Brussels Airlines of een chartervlucht uit Amsterdam naar Banjul duurt slechts 6 uur. Daarenboven kan je in Gambia ook perfect kennismaken met het alledaagse Afrikaanse leven, de couleur locale. Ook is Gambia een waar paradijs voor sportvissers en vogelliefhebbers. In heel het land zijn er meer dan 400 verschillende vogelsoorten te bezichtigen. Sommige van deze vogelsoorten leven enkel in Gambia. Er worden dan ook geen gewone safari’s georganiseerd, maar echte vogelsafari’s. Maar ook de oerwouden in het binnenland trekken steeds meer bezoekers, hoewel de oerwouden steeds schaarser worden.

In 1967 waren er slechts twee hotels maar dat aantal is ondertussen geëvolueerd naar meer dan 30 (zie verder). De accommodatiemogelijkheden in Gambia variëren van goedkope budget hostels tot vijfsterren hotels. De hotels staan dan ook in groot contrast met de meestal kleine huizen van de Gambianen.

Om investeringen in het toerisme nog verder te bevorderen, heeft de Gambiaanse overheid langs de gehele zuidkust – van Banjul tot aan de Senegalese grens- een strook land van 800m breed aangewezen als toeristisch ontwikkelingsgebied (de Tourism Development Area, TDA).

De bezoekers komen vooral uit Engeland, Nederland en België. Het toerisme is vooral de laatste jaren dan ook een van de voornaamste economische sectoren van het land geworden. Het levert werkgelegenheid op; in de toeristische gebieden kom je dan ook vaak hustlers en bumsters die soms een echt probleem vormen voor buitenlanders. Dit zijn jonge, werkloze mannen die willen meeprofiteren van de "rijke" toeristen en op allerlei mogelijke manieren hun diensten aanbieden.

Ook heeft Gambia een zekere reputatie op het gebied van sekstoerisme. In tegenstelling tot landen als Thailand en de Filippijnen zijn het in Gambia vooral westerse vrouwen van middelbare leeftijd die gebruik maken van het aanbod. Voor talloze jongens is het daarom aantrekkelijker hun diensten aan toeristen aan te bieden dan om een vervelend baantje aan te nemen, op het land te werken of werkloos rond te hangen.

Een andere belangrijke factor is het warme weer, Gambia is nl. een tropisch land, dus het hele jaar door is het er warm. Gambia heeft eigenlijk maar 2 seizoenen en heeft geen echte zomer- of wintertijd. In de zomer is het tijdsverschil bij ons 2 uur, in de winter maar 1 uur.
Het "droge" seizoen loopt van november tot eind mei, het "vochtige" seizoen loopt van juni tot oktober. Het toeristisch hoofdseizoen loopt ongeveer gelijk met het droge seizoen, nl. van oktober tot april. De gemiddelde jaartemperatuur is 27 graden (in Banjul, aan de kuststreek), je kan dus het beste lichte katoenen kleding dragen. In de regentijd valt er soms hevige regenval, meestal 's nachts en slechts heel even.

Als je naar Gambia wil gaan heb je geen visum nodig, alleen een internationale reispas die geldig is tot minimum 6 maanden na je verblijf.

Zoals eerder vermeld zul je in Gambia niet echt veel bezienswaardigheden tegenkomen. Het land moet het voor een belangrijk deel hebben van het natuurschoon, zoals de nationale parken en natuurreservaten. Gambia heeft zes nationale parken en reservaten die samen 3,7% van het Gambiaanse grondgebied beslaan. Maar verwacht wordt dat dit aantal nog zal uitbreiden, om het toerisme nog verder te stimuleren.

De Gambiarivier, de levensader van het land

Wat de Nijl is voor Egypte, is de Gambiarivier voor Gambia. Door de eeuwen heen is ze de levensader van het land geweest. Doordat de rivier de gronden aan weerszijden – de bantoforo- heeft bevloeid zijn het redelijk vruchtbare landbouwgebieden geworden. Bovendien vond in vroegere tijden vrijwel al het transport en de handel over de rivier plaats.

Ook nu nog is de waterweg niet zonder belang. Kleine zeeschepen kunnen het pindacentrum Kaur bereiken, 190 km het binnenland in. En ook kunnen toeristen een leuke boottocht maken op de rivier. Of vissen op de rivier, maar wel oppassen want in de rivier leven verschillende zeldzame vissoorten. Doordat het water van de Gambia rivier zo´n 150 tot 180 kilometer landinwaarts zout of brak is, zijn er in de rivier zelfs dolfijnen te bewonderen. En ook in de kustwateren van Gambia kom je verschillende zeedieren tegen zoals zeeschildpadden, roggen, zeeslangen, krabben, haaien, inktvissen, zwaardvissen, tonijnen,…

Steden

De steden in Gambia zijn meestal ontstaan door de samenvoeging van dorpen of compounds, de vestiging van handelsposten of vanwege de strategische ligging. De naam van veel plaatsen eindigt op kunda. Het betekent 'huis van' of 'plaats van'. De grootste stad is Serekunda met 275.000 inwoners, de op één na grootste is de hoofdstad Banjul waar ruim 40.000 mensen wonen. Verder zijn Brikama, Bakau en Sukuta steden van betekenis. Landinwaarts vind je Soma, Farafenye en Basse Santa Su. De dorpen liggen vaak op loopafstand van elkaar in verband met de nabijheid van een bron.
De steden zijn klein maar kleurrijk, zonder hoogbouw, vaak met golfplaten huizen. Op het platteland kom je in de dorpen 'compounds' tegen, volgebouwd met hutten, met muren van bamboe en leem en olifantsgras als dekbedekking. Compounds zijn leefgemeenschappen die vaak uit families bestaan, meerdere compounds vormen een dorp. Aan het hoofd staat een oudste, die toestemming geeft voor bepaalde zaken, zoals bij trouwerijen. Andere belangrijke plaatsen zijn Bakau, Serekunda, Barra, Basse Santa Su en Georgetown. Er is slechs één verharde weg van oost naar west, op de zuidelijke oever van de River Gambia.


Serekunda (en omstreken)
Vroeger was Serekunda een verzameling kleine dorpen, die in de loop der jaren aan elkaar gegroeid zijn tot de huidige stad. Het is met z’n 275.000 inwoners de grootste stad van Gambia en is de handelsstad van het land
Echte hooggebouwen zijn er niet, maar het blijft een interessante stad omwille van het drukke stadsleven. Er valt altijd wel iets te beleven, Serekunda heeft dan ook als bijnaam ‘de stad die nooit slaapt’. Hier wonen vele mensen dicht opeen, er is veel armoede, de huisjes bestaan alleen uit golfplaten. Ook het nationale bier, Julbrew, wordt hier gebrouwen. Het zijn geen echte wegen maar zandpaden met diepe kuilen in, Maar ook veel kleurig geklede mensen en vrolijk zwaaiende kinderen.
Ook ligt in Serekunda de batikmarkt waar je kan zien hoe met stof, was en verf kleurige doeken worden gemaakt; het worden uiteindelijk kleine kunstwerkjes.

Ten zuiden van Serekunda is een ideaal gebied voor de natuurliefhebber. Je vindt er het Abuko National Park. Hier kan je zien hoe de natuur er in Gambia oorspronkelijk uitzag, als de mens niet in het landschap had ingegrepen. Dit nationaal park werd in 1968 gesticht en is ongeveer 135 ha.groot. Het bestaat uit een redelijk groot bosgedeelte en door dit bos loopt een mooi wandelpad dat leidt tot een kleine dierentuin. Deze dierentuin is bedoeld voor de opvang van wilde dieren, vooral apen, die uit hun natuurlijke omgeving zijn gehaald. Later worden ze dan terug vrijgelaten. Er bevinden zich ook hyena’s en leeuwen, dieren die vroeger in West-Afrika nog in het wild voorkwamen maar overbejaging en het verdwijnen van de traditionele leefgebieden van het wild hebben ervoor gezorgd dat soorten als de giraf, het jachtluipaard en de neushoorn allang niet meer in Gambia te bewonderen zijn. Het nationaal park is ook een echt paradijs voor vogelliefhebbers want van de 500 soorten vogels die in Gambia voorkomen, leven er zo’n 300 in de dichte begroeiing in het park. Verder lopen er nog herten, antilopen, wilde zwijnen, en slangen rond.
Net voorbij het Abuka National Park ligt de plaats Lamin, waar voornamelijk Madinka wonen. Hier ligt het mooie Lamin Lodge, dat door de meeste toeristen wel bezocht wordt doordat de meeste vogelsafari’s en riviertrips dit aandoen. Lamin Lodge, een restaurant, staat schilderachtig op palen boven de Lamin Bolong, een van de grootste mangrovekreken. Het is nog niet zo lang geleden helemaal vernieuwd nadat er even geleden een enorme brand is geweest.Vanuit Lamin Lodge kan je met een gehuurd bootje een tocht door het mangrovegebied maken, waar je verschillende scheepswrakken kan zien liggen.


Wikepedia Serrekunda  Wikepedia Gambia  

Serrekunda - Gambia